Voortgangsrapportage 2025
“Uiteindelijk willen we toewerken naar een vorm van chemotherapiedosering die beter rekening houdt met verschillen in lichaamssamenstelling tussen patiënten, om bijwerkingen zoals neuropathie zoveel mogelijk te beperken.”
Titel onderzoek
The importance of body composition for chemotherapy-induced peripheral neuropathy in colorectal cancer survivors
Participanten
Drs. N. Ribeiro Querido, Prof. dr. ir. M.P. Weijenberg, Dr. C.C.J.M. Simons, Dr. M.J.L. Bours, Dr. L. Valkenburg-van Iersel, Dr. J. de Vos-Geelen, Dr. S.O. Breukink.
Doel onderzoek
Het doel van het onderzoek is om de rol van lichaamssamenstelling en genetische gevoeligheid te onderzoeken in het ontwikkelen van neuropathieklachten (zenuwschade) bij mensen met dikke darmkanker als gevolg van neurotoxiciteit door chemotherapie met oxaliplatin. Het onderzoek is ingebed in een prospectieve cohortstudie in Limburg: de EnCoRe-studie (Energie voor het leven na ColoRectaalkanker).
Wat is in de afgelopen periode gerealiseerd?
In het afgelopen jaar hebben wij een CT-gebaseerde lichaamssamenstellingsanalyse uitgevoerd om te onderzoeken of de dosering van oxaliplatin in verhouding tot de vetvrije massa van patiënten samenhangt met het ontstaan van neuropathie tijdens en na de behandeling. Oxaliplatin wordt in de klinische praktijk gedoseerd op basis van lichaamsoppervlakte, maar deze maat houdt geen rekening met verschillen in lichaamssamenstelling tussen patiënten, die mogelijk van invloed zijn op het risico op chemotherapie-geïnduceerde perifere neuropathie.
Onze analyses lieten zien dat tijdens de behandeling de initiële oxaliplatin dosis, de vetvrije massa en sarcopenie niet onafhankelijk geassocieerd waren met het optreden van graad ≥2 chemotherapie-geïnduceerde perifere neuropathie. Ook vonden wij geen aanwijzingen dat vetvrije massa of sarcopenie de relatie tussen de initiële oxaliplatin dosis en het risico op neuropathie tijdens de behandeling beïnvloedden. Wel werden er verschillen waargenomen tussen mannen en vrouwen, waarbij vrouwen een hogere initiële dosis oxaliplatin kregen in verhouding tot hun vetvrije massa.
Na de behandeling was een hogere cumulatieve oxaliplatin dosis geassocieerd met meer neuropathie symptomen tot twee jaar na afloop van de behandeling. Hoewel formele interactietoetsen niet statistisch significant waren, leken deze verbanden sterker bij patiënten met een lage vetvrije massa en bij patiënten met sarcopenie. Daarnaast hebben wij de relatie onderzocht tussen neuropathie tijdens de behandeling en aanhoudende neuropathie na de behandeling. Patiënten die tijdens de behandeling graad ≥2 neuropathie ervoeren, rapporteerden in de loop van de tijd meer neuropathie symptomen dan patiënten met graad 1 CIPN.
Wat zijn de plannen voor de komende periode?
In de komende periode zullen we werken aan de afronding van het project. We zullen verder onderzoeken hoe andere aspecten van de lichaamssamenstelling, waaronder vetweefsel, spierkracht en spierkwaliteit, van invloed kunnen zijn op het verband tussen behandeling met oxaliplatin en neuropathie. Daarnaast zullen we onderzoeken of genetische gevoeligheid voor neuropathie samenhangt met neuropathie tijdens en na de behandeling, en of deze de associatie tussen oxaliplatin en neuropathie beïnvloedt.
Deze analyses kunnen helpen bij het identificeren van subgroepen van patiënten die mogelijk een verhoogd risico lopen op het ontwikkelen van neuropathie.