Om deze website te kunnen gebruiken dient u Javascript in te schakelen.

Dikke Darmkanker

Onderzoeksresultaten 2020

Prof. dr. ir. Matty P. Weijenberg

Wij zetten onze zoektocht voort om steeds meer aanknopingspunten te vinden voor het opstellen van geïndividualiseerde leefstijladviezen ter verbetering van de kwaliteit van leven van survivors van dikkedarmkanker.

De rol van voeding, voedingssupplementen en vitaminestatus bij aanhoudende vermoeidheid onder dikkedarmkanker survivors in de EnCoRe prospectieve cohortstudie

Participanten
Annaleen Koole, Matty Weijenberg, Martijn Bours, José Breedveld-Peters, Eline van Roekel, Jolanda Nelissen, Manon van Engeland, Stéphanie Breukink,  Maryska Janssen-Heijnen, Jeroen Vogelaar, Michel Aquarius, Eric Keulen, Jan Stoot.

Doel van het onderzoek
Het onderzoek richt zich op de rol van supplementgebruik en vitamine D en B-vitamines (zowel status als inname) in relatie tot de kwaliteit van leven en vermoeidheid in de groeiende populatie van overlevers van dikkedarmkanker, vanaf diagnose tot 2 jaar na afloop van de behandeling. Het onderzoek maakt deel uit van de EnCoRe-studie, een prospectieve cohortstudie in Limburg. Voor sommige vraagstellingen in dit project wordt gebruik gemaakt van het FOCUS-consortium waar de EnCoRe-studie een onderdeel van is.

Wat is in laatste periode gerealiseerd?
Binnen het FOCUS-consortium bleek een betere vitamine B6 status, gemeten via twee bloedbiomarkers, significant geassocieerd te zijn met een betere kwaliteit van leven zes maanden na diagnose. De overige onderzochte B-vitamines – bloedbiomarkers voor folaat, vitamine B2 en B12 – waren niet geassocieerd met kwaliteit van leven zes maanden na de diagnose. Deelnemers die stopten met het gebruik van B-vitamine supplementen rapporteerden 6 maanden na de diagnose meer vermoeidheid in vergelijking met niet-gebruikers. Het bijbehorende artikel verschijnt binnenkort in The American Journal of Clinical Nutrition.

De resultaten voor de associatie tussen een betere vitamine D-status en een betere kwaliteit van leven tussen 6 en 24 maanden na het einde van de behandeling zijn  gepubliceerd (https://doi.org/10.1158/1055-9965.epi-19-1522). Tevens zijn er met de data uit onze studie en in het kader van dit project een drietal andere artikelen gepubliceerd waar KOFL bij is vermeld. Er zijn metabolieten geïdentificeerd, zoals citrulline en histidine, die gerelateerd zijn aan specifieke stadia van darmkanker en daarmee mogelijk aan de progressie van de ziekte (https://doi.org/10.1002/ijc.32666). Hoewel folaat en foliumzuur concentraties in het bloed niet significant geassocieerd waren met het risico op het terugkomen van de kanker of om eraan te overlijden, is er voorzichtigheid geboden, want hoge concentraties foliumzuur in het bloed zouden mogelijk gerelateerd kunnen zijn aan het terugkomen van de kanker (https://doi.org/10.1093/jncics/pkaa051). Tot slot blijkt een hoge mate van licht intensieve lichamelijke activiteit geassocieerd te zijn aan een betere kwaliteit van leven en minder vermoeidheid tot twee jaar na afloop van de therapie, en dit blijkt onafhankelijk te zijn van de hoeveelheid hogere intensive lichamelijke activiteit van de survivors (https://doi.org/10.1007/s11136-020-02566-7). Het proefschrift van Annaleen Koole is afgerond en in december met succes verdedigd.

Wat zijn de plannen voor de komende periode?
In verband met de uitbraak van het coronavirus zijn de metingen van de EnCoRe-studie in maart 2020 tijdelijk stil komen te liggen. In oktober 2020 hebben we toestemming gekregen van de Medisch Ethische Commissie om door te gaan met de follow-up metingen van de patiënten die reeds in de studie zitten via de post. Deze metingen zijn opgestart en verlopen voorspoedig. Zodra het weer veilig is in verband met COVID zullen we de inclusie van nieuwe deelnemers weer opstarten en de thuismetingen weer continueren.

We zijn onder andere voornemens om voedings- en beweegpatronen gerelateerd aan circadiaanse ritmes te identificeren en te onderzoeken in relatie tot slaap en vermoeidheid. We proberen hierbij de achterliggende mechanismen, zoals neuro-endocriene mechanismen waarbij tryptofaan en kynurenine een rol spelen, te ontrafelen. Hiermee zetten we onze zoektocht voort om steeds meer aanknopingspunten te vinden voor het opstellen van geïndividualiseerde leefstijladviezen ter verbetering van de kwaliteit van leven van survivors van dikkedarmkanker.

 

Sluit de enquête