Om deze website te kunnen gebruiken dient u Javascript in te schakelen.

Nieuws

Klachten na genezing van dikkedarmkanker

Elk jaar krijgen ruim 12.000 mensen in Nederland de diagnose dikkedarmkanker. Een groeiend aantal van hen geneest, door vroegtijdige ontdekking en betere behandelmethoden. Goed nieuws, maar een groot aantal “overlevers” houdt ernstige chronische klachten. Onderzoekers van het Maastricht UMC+ (MUMC+) speuren onder leiding van professor Matty Weijenberg en Martijn Bours naar de oorzaken van deze klachten en of er een relatie gelegd kan worden met leefstijl. ‘Daar lijkt het wel op, maar er is nog heel veel vervolgonderzoek nodig.’

Door Jos Cortenraad | Foto Henry Peters

Klachten na genezing van dikkedarmkanker
Dikkedarmkanker. Natuurlijk komt de diagnose aan als een mokerslag. Gelukkig is het allang niet meer een doodvonnis. Volgens de meest recente cijfers is gemiddeld genomen 65 procent van de slachtoffers vijf jaar na de behandeling nog in leven. Vrijwel altijd is dat een operatie, al dan niet gecombineerd met chemotherapie en/of bestraling. ‘Uiteraard is dat een hoopgevend cijfer’, zegt Matty Weijenberg, hoogleraar moleculaire epidemiologie bij het MUMC+. ’Maar het leven na kanker is helaas niet altijd van de hoogste kwaliteit. Mensen blijven vaak langdurig moe en kunnen na chemotherapie bovendien last houden van zenuwpijn. Ook zijn ze niet zelden depressief en angstig dat de kanker terugkomt. Dergelijke klachten leiden regelmatig tot arbeidsongeschiktheid, sociaal isolement.’ Een patiënt is pas genezen als hij of zij zich weer goed voelt en functioneert in de maatschappij, is de gedachte. Daarom kreeg Matty Weijenberg in 2012 groen licht voor het opstarten van een langlopende studie in het MUMC+ naar de kwaliteit van leven en oorzaken van chronische klachten na behandeling voor dikkedarmkanker. Onder de noemer EnCoRe, Energie voor het leven na ColoRectaalkanker (oftewel dikkedarmkanker), startte ze met haar team met het volgen van patiënten.

Data verzamelen
Tien jaar later is de werkwijze onveranderd. ‘Direct na de diagnose vragen we een patiënt of hij of zij wil meewerken aan ons onderzoek’, legt Martijn Bours uit, bewegingswetenschapper en epidemioloog en vanaf het begin betrokken bij EnCoRe. ‘We verzamelen al direct gegevens rondom de diagnose, maar pas na het afronden van de behandeling(en) komen we echt in beeld. We volgen de patiënt dan vijf jaar lang intensief met uitgebreide interviews, vragenlijsten en andere onderzoeksmetingen op verschillende momenten. We krijgen tevens de beschikking over medische gegevens. We willen vooral weten hoe iemand leeft, wat hij of zij eet en drinkt, welke medicijnen of supplementen er geslikt worden. En ook of iemand sport, regelmatig beweegt, werkt. We verzamelen zoveel mogelijk data en proberen daarmee verbanden te leggen en patronen te ontdekken. Zien we bijvoorbeeld de gevolgen van chemotherapie? Hebben bewegen en een gezonde voeding een effect op kwaliteit van leven en vermoeidheidsklachten? Of slecht slapen? En wat is de rol van bepaalde voedingssupplementen?’

Harde conclusies
Vijf jaar lang volgt EnCoRe de patiënten nadat deze hun behandeling voor dikkedarmkanker hebben afgerond. Inmiddels is een databestand opgebouwd met gegevens van 600 (ex-) dikkedarmkankerpatiënten van niet alleen het MUMC+ in Maastricht, maar ook Zuyderland in Heerlen en Sittard en VieCuri in Venlo. De vraag is nu of er al harde conclusies getrokken kunnen worden. ‘Nog niet, maar de aanwijzingen dat leefstijl een zekere invloed heeft op de revalidatie stapelen zich op’, zegt Matty Weijenberg, aan de universiteit van Wageningen afgestudeerd in de voedingswetenschappen en epidemiologie. ‘Maar ik wil daar heel voorzichtig mee zijn. Het is niet onze bedoeling om patiënten de indruk te geven dat ze de kanker hadden kunnen voorkomen, dat ze het zelf schuld zijn dat ze nog klachten hebben. We willen allereerst boven water krijgen of er in de periode na de behandelingen winst is te behalen. Chemotherapie is heel belastend voor het lichaam. Verband tussen zenuwpijn, in ons jargon neuropathie, en specifieke vormen van chemotherapie is al aangetoond. We denken dat de doseringen van de gebruikte medicijnen daarin een grote rol spelen. Het ene lichaam is het andere niet. De verhouding spieren/vet bijvoorbeeld kan van grote invloed zijn op de werking en de uiteindelijke bijwerkingen later.’

Vitamines en supplementen
De in Maastricht opgeleide Martijn Bours, die zijn moeder zag overlijden aan dikkedarmkanker en daarom koos voor een baan bij het EnCoRe-project, meldt nog een mooi resultaat. ‘Een van onze onderzoekers, Annaleen Koole, is onlangs gepromoveerd op de effecten van voedingssupplementen en vitaminegehaltes in het bloed. We zien dat deelnemers die een gezond gehalte hebben van vitamine D en bepaalde B-vitamines minder klachten hebben. Verder zien we dat juist de personen mét vermoeidheidsklachten vaker ervoor kiezen om voedingssupplementen te gebruiken als reactie op de klachten. Het is van belang om te realiseren dat onzorgvuldig gebruik van supplementen echter ook nadelig kan uitpakken. Dat leert ons dat patiënten heel goed begeleid moeten worden en niet zomaar wat spullen van de drogist moeten gaan slikken. Correcte informatie is heel belangrijk. En daaraan hopen wij bij te dragen met ons onderzoek.’

Vanzelfsprekend worden ook verbanden gelegd met leefstijl. ‘Mensen die actiever zijn, ervaren minder klachten’, aldus Matty Weijenberg. ‘Dan heb ik het niet per se over intensief sporten, maar met name ook over licht intensieve activiteiten zoals wandelen, fietsen, koken. Over geestelijk actief blijven, sociale dingen doen. Ook wat ze eten en drinken, hun dieet, is van belang. Een gevarieerd en gezond dieet gaat gepaard met minder klachten. Met al die gegevens hopen en verwachten we uiteindelijk de basis te leggen voor meer gerichte leefstijladviezen, die bijvoorbeeld artsen of andere zorgverleners kunnen geven. Het gaat er ook voornamelijk om dat mensen zélf iets kunnen doen om zich na dikkedarmkanker goed te voelen.

Nieuwe onderzoeken
Door corona heeft de EnCoRe-studie de laatste twee jaar op een laag pitje gestaan. Onderzoeksmetingen werden op afstand en telefonisch afgewerkt, er werden geen nieuwe patiënten geworven. Martijn Bours: ‘We hebben in die periode zeker niet stil gezeten. Met de al verzamelde gegevens zijn data-analyses gedaan en veel vorderingen gemaakt. Hopelijk kunnen we snel weer starten met het werven van nieuwe deelnemers en promovendi aannemen om de vele onderzoeksvragen die we nog hebben te beantwoorden. Er is nog zo veel te doen. Uiteindelijk willen we aantonen dat leefstijl effect heeft op het herstel na dikkedarmkanker en klachten vermindert. Zodat mensen hun leven weer kunnen oppakken met een goede kwaliteit.’

Middelen nodig
‘Precies’, besluit Matty Weijenberg. ‘En daarvoor hebben we middelen nodig. We moeten onze promovendi en onderzoeksdiëtisten betalen, data-analyse en -opslag zijn kostbaar, net als de software. Dergelijke onderzoeksprojecten vergen een lange adem, financiering is niet eenvoudig. Bijdragen van het Kankeronderzoekfonds Limburg zijn onmisbaar.
In eerste instantie profiteren Limburgers van de resultaten, maar als MUMC+  werken we ook wereldwijd samen met andere instituten, we zijn een schakel in de keten. Bijdragen van derden geven ons onderzoek en het MUMC+ internationaal een positie waarmee we onderzoekers en werkgelegenheid binnenhalen en binden.’

Ook bijdragen aan dit belangrijke onderzoek? Doe mee aan de Food Variation Challenge! Zo krijg je inzicht in je eigen eetpatroon en maak je kans op mooie prijzen. Ga snel naar: www.foodvariationchallenge.nl

Sluit de enquête