16 april 2018

Column John Ramaekers

Op de een of andere wijze zijn we ziek, als we kanker hebben. Maar er zijn zeer veel vormen. Van direct levensbedreigend, vaak hersentumoren, tot indirect levensbedreigend.  Chronisch noemen de artsen het dan. Ja, het is klote dat je het hebt, maar je gaat er niet meteen dood aan. Dan komen er bij de specialisten bijna altijd twee termen boven drijven: levensverwachting en kwaliteit van leven. Over beide doen ze meestal geen uitspraken, dat leggen ze bij ons neer.

Ik heb het een aantal keren mee mogen (moeten) maken, en ik begrijp de behandelaars. En ik haat ze. Mijn dilemma.

Aan mijn levensverwachting kan ik niets doen, heb ik niks over te zeggen. “Zij” doen hun best, ik ben afhankelijk. Zelf vechten tegen kanker (ik heb het er al eerder over gehad). Hou ermee op, bullshit. De artsen kunnen dat, ik niet. En mochten positivo-goeroes jou zeggen dat het afhangt van je mentaliteit: kill them all. Acceptatie van een levensduur is het enige dat je rust verschaft.

Maar dan: levenskwaliteit. Ojee, o jee. Wat is dat? Heb je een rot huwelijk, of een rotte relatie, kan je levenskwaliteit ver onder niveau liggen. Daar hoef je niet ziek voor te zijn, daar kun je wel erg ziek van worden.

Heb je de pech van een (arbeids)ongeluk, dan kan het ook kan het vies mis gaan. Dwarslaesie, blindheid, gehoorstoornis, nou ja, ik kan het allemaal niet opnoemen. Bij diabetes: soms amputatie.

Hallo, weet je nog meer ellende? Ja en nee. En effe vooral nee. Want al die para olympische sporters, die hebben een kwaliteit aan hun leven weten te geven.  Meestal zijn ze jong, vol met jeugdige krachten die hen de power geven om een nieuw doel na te streven. Zij vinden ondanks hun handicap een nieuwe kwaliteit van leven.

Maar nu ben je wat ouder, had je verwachtingen en die komen niet meer uit zoals je gedacht had.

Het ziekenhuis en Maestro worden je gemeenschapshuis. Je wereld wordt kleiner en je artsen spreken over levensverwachting en levenskwaliteit.

Jij bent teleurgesteld, want wat je overkomen is met kanker, wilde je niet. Niemand in je omgeving wilde het. Maar het is er. en je moet beslissingen nemen over therapieën en de bijwerkingen daarvan. Zonder garantie van resultaten. Van de chemo kun je doodziek worden, maar het kan je ook (tijdelijk?) redden. Waar kies je voor…?

De behandelaar kan niets anders zeggen dan levensduur of levenskwaliteit. Als je geluk hebt: beide.

En als je pech hebt…?

Ach, collega’s, de keuzes waarvoor we gesteld worden zijn zo oneerlijk, maar probeer te accepteren dat we het daarmee moeten doen. Dat is eigenlijk het hele leven: leren accepteren, meewaaien met de wind, buigen maar niet knakken.

Maar we weten allemaal: vroeg of laat is er een einde. Probeer het door acceptatie zo rustig en vredig mogelijk te bereiken.

Met vriendelijke groet,
John Ramaekers